Eerst ga je individueel de volgende vragen beantwoorden:
- Wat zijn de vrouwelijke organen van een plant?
- Wat zijn de mannelijke organen van een plant?
- Een man maakt sperma waarmee hij een vrouw kan bevruchten. Wat maakt het mannelijke deel van een plant?
- Bij een mens komt een spermacel in de vagina, waarna hij zelf ‘zwemt’ naar een eicel. Waar moet het stuifmeel van het mannelijke deel bij het vrouwelijke deel komen?
- Bij een mens gaat de penis in de vagina om het sperma over te brengen. Op welke 2 manieren doen planten dat?
- Planten kunnen niet kiezen op welke bloemen het stuifmeel komt. Soms komt het stuifmeel op een verkeerde plant terecht. Aan welke voorwaarden moet de andere bloem voldoen om het bestuiving te noemen?
- Wanneer noem je iets kruisbestuiving?
- Wanneer zelfbestuiving?
Schrijf de antwoorden op een blaadje.
Om de antwoorden te vinden kun je je boek en de internetlinks onder het kopje ‘informatie’ gebruiken.
Als iedereen in je groepje klaar is gaan jullie de antwoorden overleggen.
Op een nieuw blaadje schrijven jullie de antwoorden op. Deze leveren jullie in bij de docent.
(vergeet niet jullie namen erop te zetten)
Nu hebben jullie je voldoende ingelezen voor de rollen!
Het wordt tijd om te werken aan het acteerstukje.
Jullie moeten zelf overleggen wie welke rol krijgt. Iedereen moet in het stuk een rol hebben!
Eisen:
- Het stuk moet minimaal 5 minuten en maximaal 10 minuten duren.
- Iedereen moet meedoen
- In het stuk moet duidelijk worden wat zelfbestuiving is en wat kruisbestuiving is. Dit gaan jullie dus uitbeelden.
- Jullie mogen maximaal 3 attributen/hulpmiddelen gebruiken.
Bijv. een acteur die speelt alsof hij telefoneert heeft een mobiele telefoon in zijn hand. De mobiele telefoon is een hulpmiddel. Als de acteur geen hulpmiddelen mag gebruiken kan hij ook doen alsof hij een telefoon in zijn hand heeft.
- Jullie voeren het stuk uit voor de rest van de klas op een afgesproken datum.